Beleidsplan 2009-2012

BELEIDSPLAN
HERVORMDE GEMEENTE
TE EEMNES

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
VASTSTELLING


Dit beleidsplan is, voor de periode van 2009 tot en met 2012, vastgesteld door de kerkenraad van de hervormde gemeente te Eemnes,

op 13 januari 2009

 

 

 


ds. E.J. de Groot (preses)     W. Niesing (scriba)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Versie   : 3.0
Periode   : 2009 – 2012

 

Hervormde gemeente te Eemnes
Postbus 2
3755 ZG  EEMNES
 
INHOUDSOPGAVE


Preambule

1  INLEIDING 
1.1 Waarom een beleidsplan 
1.2  De betekenis van een beleidsplan
1.3 Opzet van dit beleidsplan
1.4 Het tot stand komen van dit beleidsplan

2   GEMEENTELIJK BELEID 
2.1 De gemeente en haar visie
2.2 Eredienst
2.2.1 Samenkomsten
2.2.2 Voorganger
2.2.3 De sacramenten
2.2.4 Liturgie
2.2.6 Kinderoppasdienst
2.2.7 Kerktelefoon en cassettebandjes
2.3 Gemeentelijk beleid kerkenraad 
2.3.1 Samenstelling
2.3.2 Vergaderingen
2.3.3 Ambt en verantwoordelijkheid van de ambtsdragers
2.3.3     Scriba
2.3.5     Verkiezingen ambtsdragers
2.4 Gemeentelijk beleid pastoraat 
2.4.1 Inleiding
2.4.2 Predikant
2.4.3 (Sectie)ouderlingen
2.4.4 Bezoekbroeder(s)
2.4.5 De Heilige Doop
2.4.6 Belijdenis des Geloofs
2.4.7 Het Heilig Avondmaal
2.4.8 Het kerkelijk huwelijk
2.4.9 Overlijden
2.4.10 Ziekte
2.5 Gemeentelijk beleid catechese 
2.5.1 Doel 
2.5.2 Inhoud van de catechese 
2.5.3 Tijd en leeftijdsindeling 
2.6 Gemeentelijk beleid jeugdwerk 
2.6.1 Doel jeugdwerk
2.6.1.1 Leiding
2.6.1.2 Werkwijze en materiaal
2.6.2 Jeugdraad
2.6.2.1 Inleiding
2.6.2.2 Samenstelling
2.6.2.3 Organisatie en overleg
2.6.3 De jeugdclubs
2.6.3.1 Zondagsschool “Het Mosterdzaadje”
2.6.3.2 Jeugdpleister
2.6.3.3 Between
2.6.3.4 16+ club
2.7  Gemeentelijk beleid vorming en toerusting
2.7.1 Samen zingen en preekbespreking
2.7.2 Bijbelkring
2.7.3 Bezinningssamenkomst Heilig Avondmaal
2.7.4 Preekbespreking jongeren
 
2.8  Gemeentelijk beleid ouderenwerk  
2.8.1 Doel ouderenwerk
2.8.2 Aandeel predikant
2.8.3 Ouderencommissie
2.8.4 Bijeenkomsten en activiteiten
2.8.5 Attenties voor de ouderen
2.9  Gemeentelijk beleid ondersteuning  
2.9.1 Commissie gemeenteopbouw
2.9.2 Telcommissie
2.9.3 Commissie kerstzangdienst
2.9.4 Van Hart tot Hart
2.9.5 Abonnementen

3  DIACONAAL BELEID 
3.1 Huidige situatie
3.2 Doelstellingen
3.3 Werving financiën
3.4 Beheer financiën
3.5 Beheer land, pacht en vastgoed

4   BELEID ZENDING EN EVANGELISATIE
4.1 Samenstelling zendingscommissie 
4.2 Doelstelling en taken 
4.3 Activiteiten
4.4 Evangelisatie

5  BELEID KERKRENTMEESTERSCHAP 
5.1 Huidige situatie
5.2  Doelstellingen
5.3 Werving financiën
5.4  Beheer financiën
5.5 Bijdrage kring- en verenigingswerk
5.6 Beheer land, pacht en vastgoed
5.8 Gebruik van de kerkgebouwen door gemeenteleden
5.7 Hervormd Centrum
5.8  Koster / beheerder Hervormd Centrum
5.9 Organisten
5.10 Ledenadministratie / kerkelijk bureau
5.11 Kerktelefoon

6  BELEID COMMUNICATIE
6.1 De Band van het Woord
6.2 Afkondigingen
6.3 Gemeentegids
6.4 Website

Bijlage
Convenant op basis van beleidsplan
 
PREAMBULE

BIJ HET BELEIDSPLAN
VAN DE
HERVORMDE GEMEENTE TE EEMNES
op basis van het Convenant


“ Intussen geloven wij,
hoewel het nuttig en goed is dat die regeerders der Kerk zijn,  onder zich zekere ordinantie instellen en bevestigen tot onderhouding van het lichaam der Kerk,
dat zij nochtans zich wel moeten wachten af te wijken van hetgeen ons Christus, onze enige Meester, geordineerd heeft.
En daarom verwerpen wij alle menselijke vonden, en alle wetten, die men zou willen invoeren, om God te dienen, en door deze de consciëntiën te binden en te dwingen,
in wat manier het zou mogen zijn.
Zo nemen wij dan alleen aan hetgeen dienstig is
om eendrachtigheid en enigheid te voeden en te bewaren,
en alles te onderhouden in de gehoorzaamheid Gods;
waartoe geëist wordt de excommunicatie of de ban, die daar geschiedt naar den Woorde Gods, met hetgeen daaraan hangt.
(De Nederlandse geloofsbelijdenis, artikel 32)
De Heilige Schrift is de enige bron en norm
voor het kerkelijke leven.
De gemeente weet zich gebonden aan
de drie oecumenische symbolen van de Kerk
en de drie formulieren van enigheid.
Zij zal in leer en leven alles weerstaan wat dit belijden weerspreekt.”

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -  - - - - - - - - - -
© Classicale vergadering van Alblasserdam
Preambule bij het Convenant op basis van beleidsplan.
Het Convenant op basis van beleidsplan is vastgesteld door de classicale vergadering van Alblasserdam in de Nederlandse Hervormde Kerk,
13 maart 2003


 
1  INLEIDING

1.1 Waarom een beleidsplan
Het antwoord op de vraag waarom een beleidsplan vaststellen voor een kerkelijke gemeente nodig is, is eenvoudig te beantwoorden. Volgens ordinantie 4-7-1 uit de kerkorde heeft de kerkenraad o.a. tot taak “het vaststellen van het beleidsplan ter zake van het leven en werken van de gemeente.” En in ordinantie 4-8-5 staat onder meer: “De kerkenraad stelt telkens voor een periode van vier jaar een beleidsplan op, na daarover overleg gepleegd te hebben met het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen en met alle daarvoor in aanmerking komende organen van de gemeente. Nadat de kerkenraad het beleidsplan voorlopig heeft vastgesteld, wordt dit in de gemeente gepubliceerd. De kerkenraad stelt de leden van de gemeente in de gelegenheid hun mening over het beleidsplan kenbaar te maken. Daarna stelt de kerkenraad het beleidsplan vast.”
Het opstellen van het beleidsplan is, naast het feit dat het een verplichting is, een belangrijk stuk om de kerkelijke gemeente te “besturen”. Het besturen van een brede en grote organisatie als een kerkelijke gemeente vraagt om beleid wat vanwege de continuïteit op papier is gezet. Het beleidsplan biedt niet in alle te nemen beslissingen het kant en klare antwoord. Wel is het beleidsplan een mogelijkheid om te voorkomen, dat er ad hoc beslissingen genomen worden waarvan de gevolgen vooraf niet zichtbaar zijn. Door wisselingen in de verschillende colleges kunnen ideeën, gegevens en kennis verloren gaan. Een op papier gezet beleidsplan kan een bijdrage zijn voor de continuïteit.

1.2 De betekenis van een beleidsplan
In een beleidsplan worden keuzes gemaakt. Door het maken van keuzes komt er lijn en doelgerichtheid in het pastoraat, diaconaat, jeugdwerk, ouderenwerk, vorming, toerusting en de vermogensrechtelijke aangelegenheden.
Een beleidsplan geeft rust, want het geeft zicht op wat er gedaan wordt en wat er gedaan moet worden.
De voornaamste betekenis van een beleidsplan is: “Wat zijn voor de vier jaar het beleid in de gemeente, de doelstellingen van de gemeentelijke zaken en activiteiten en de visie van de gemeente.”

1.3 Opzet van dit beleidsplan
Het beleidsplan is verdeeld in een zestal hoofdstukken. Na de inleiding is er een hoofdstuk gemeentelijk beleid, wat onderverdeeld is in kerkenraad, pastoraat, catechese, jeugdwerk, vorming en toerusting, ouderenwerk en ondersteuningen. In ieder van deze onderverdelingen wordt nader ingegaan op samenstelling, taakverdeling, doel, realisatie en frequentie van de bijeenkomsten. In de hoofdstukken drie, vier en vijf komen respectievelijk diaconaal beleid, zending/evangelisatie en kerkrentmeesterschap onder de aandacht. Ook hierin is de samenstelling, taakverdeling, doel, realisatie en frequentie van de bijeenkomsten belicht. Hoofdstuk zes geeft inzicht in de verschillende vormen van communicatie vanuit de kerkenraad naar de gemeente toe.

1.4 Het tot stand komen van dit beleidsplan
In de kerkenraadsvergadering van april 2004 is de allereerste versie van het beleidsplan van de hervormde gemeente te Eemnes vastgesteld. In hetzelfde jaar heeft de kerkenraad besloten om als gemeente aan te sluiten bij het convenant van de classicale vergadering van Alblasserdam. Een preambule en de tekst van het convenant werden toegevoegd aan het beleidsplan wat resulteerde tot vaststelling van de tweede versie in november 2004.

De tweede versie zou eind 2008 opnieuw voor vier jaar vastgesteld kunnen worden. Echter … er is binnen de gemeente in de periode 2005 tot en met 2008 één en ander veranderd, zoals de mogelijkheid tot het zingen van gezangen uit de hervormde bundel van 1938 tijdens rouw- en trouwdiensten (dit is reeds in 2006 aan de tweede versie van het beleidsplan toegevoegd), het tot stand komen van een vereniging voor de jeugd van 16 jaar en ouder en het voorlezen van de afkondigingen door de ouderling van dienst. Ook zijn er zaken die naar mening van de kerkenraad in het beleidsplan opgenomen dienen te worden. De kerkenraad heeft besloten het beleidsplan te herzien, zodat er een derde versie verschijnt.
U kunt dit beleidsplan als naslagwerk bewaren.
 
2 GEMEENTELIJK BELEID

2.1 De gemeente en haar visie
“De gemeente is het Lichaam van Jezus Christus waavan Christus Zelf het hoofd is (1 Korinthe 12). De leden van de gemeente hebben als lidmaten van Godswege een roeping en zending om te dienen in uiteenlopende taken (Efeze 4 en 5). Zij zijn vanuit een roeping gezonden in de wereld om te zijn tot een zoutend zout en een lichtend licht (Mattheüs 5). Zij dienen in het Koninkrijk dat Christus toebehoort.”

De hervormde gemeente te Eemnes is op 1 januari 1996 ontstaan na samenvoeging van de hervormde gemeenten te Eemnes-Binnen en Eemnes-Buiten en maakt sinds 1 mei 2004 deel uit van de Protestantse kerk in Nederland en valt onder de protestantse classis Amersfoort.

De gemeente weet zicht te confirmeren met de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland met daarin “het midden” als kerkelijke ligging. De Heilige Schrift (Gods onfeilbaar Woord) is de enige bron en norm voor het kerkelijke leven.
De gemeente weet zich gebonden aan de drie oecumenische symbolen van de Kerk (de Apostolische geloofsbelijdenis, de geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius) en de drie formulieren van enigheid (de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels). Zij zal in leer en leven alles weerstaan wat dit belijden weerspreekt.

Binnen de gemeente neemt de verkondiging van Gods Woord een centrale plaats in. Het doel van de verkondiging is dat de gemeenteleden de Heere Jezus leren kennen als hun persoonlijke Verlosser en Zaligmaker, dat ze groeien en toenemen in de genade en kennis van onze Heere Jezus Christus en dat aan hun naasten mogen uitdragen, en dat de gemeente opgebouwd wordt in geloof en levensheiliging. De verkondiging is gefundeerd op het eeuwigblijvend Woord van God. Het Woord, welke door mensenhand is geschreven, is geopenbaard door Jezus Christus en geïnspireerd door de Heilige Geest.
Ook de activiteiten en het verenigingsleven nemen een belangrijke plaats in binnen de gemeente om zo met elkaar te “groeien” in het christelijk geloof.

2.2 Eredienst
De gemeente komt voor de eredienst samen in het kerkgebouw van Eemnes-Buiten aan de Kerkstraat 16 te Eemnes. Om de erediensten toegankelijk te houden voor jong en oud zal er in begrijpelijke taal gesproken worden. Met de nadrukkelijke bedoeling dat voor iedereen, op elk niveau de dienst te volgen en te begrijpen is. Er worden geen kindernevendiensten gehouden. Het is daarom van belang ook de jongste kinderen van de gemeente op begrijpelijke wijze aan te spreken, waardoor zij van jongs af aan de kerkdiensten kunnen wennen. De Heilige Schrift is de grondslag voor alle erediensten.

2.2.1 Samenkomsten
In de kerk wordt iedere zondag om 9.30 uur en om 18.30 uur een eredienst gehouden. Wanneer de kerkenraad meent dat er een gegronde reden is, kan zij besluiten af te wijken van de aanvangstijden en het aantal samenkomsten.

Eind september wordt tijdens een morgendienst het winterwerk geopend. Het winterwerk wordt afgesloten tijdens een morgendienst in april. Na afloop van beide diensten is voor de jeugd vanaf 12 jaar preekbespreking o.l.v. de predikant (zie ook 2.7.4).
Na afloop van de morgendienst op de eerste zondag van de oneven maanden is de gemeente uitgenodigd om gezamenlijk koffie of thee te drinken in het “Hervormd Centrum” (gevestigd aan  Torenzicht), m.u.v. januari; dan wordt na afloop van de dienst op nieuwjaarsdag gezamenlijk koffie of thee gedronken en is er gelegenheid elkaar een gezegend nieuwjaar te wensen.

Op eerste paasdag, op eerste pinksterdag en op eerste kerstdag zijn er twee erediensten die aanvangen op de gebruikelijke tijden. Op hemelvaartsdag en tweede pinksterdag wordt er één dienst gehouden; de aanvangstijd is 9.30 uur. Op nieuwjaarsdag is er een dienst om 10.00 uur. Verder is er op bid- en dankdag voor gewas en arbeid, goede vrijdag en oudejaarsdag een dienst om 19.30 uur.

Daarnaast wordt op tweede paasdag een jeugddienst gehouden. In deze dienst zal de jeugd uit de gemeente een bijdrage leveren door o.m. schriftlezingen, voordragen van een declamatie of een
 
gedicht en begeleiding van samenzang door verschillende instrumenten. De predikant zal voor een meditatie zorgen. De dienst wordt samengesteld door de jeugd en de predikant.
Op tweede kerstdag is er een kerstzangdienst. De schriftlezingen, voordragen van een declamatie of gedicht worden verzorgd door leden van de zondagsschool en de jeugdverenigingen. Ook in deze dienst verzorgt de predikant een meditatie. Daarnaast kan een koor worden uitgenodigd om bijdrage te leveren aan de kerstzangdienst. De organisatie van de kerstzangdienst berust bij de commissie kerstzangdienst (zie ook 2.9.3).
De beide diensten vangen aan om 10.00 uur en zijn geen (ambtelijke) erediensten.
Tot slot is er op bid- en dankdag een separate dienst voor de kinderen uit en buiten de gemeente. Belangstellenden zijn van harte welkom. Ook deze diensten zijn geen (ambtelijke) erediensten.

2.2.2 Voorganger
In de diensten waarin niet de eigen predikant voorgaat worden gastpredikanten of kandidaten gevraagd uit de kring van de Gereformeerde Bond –  die bij voorkeur “het midden” als kerkelijke ligging hebben – volgens een door de kerkenraad jaarlijks vast te stellen groslijst.

2.2.3 De sacramenten
Sacramenten zijn Heilige zichtbare waartekenen en zegelen van God ingezet; de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal zijn de enige sacramenten (Heidelberger Catechismus, Zondag 25).
De sacramenten worden tijdens de erediensten van de gemeente bediend.
Het Heilig Avondmaal wordt vier maal per jaar tijdens een morgendienst bediend. De nabetrachting op het Heilig Avondmaal zal gehouden worden in de avonddienst. Verder is in de dienst van goede vrijdag bediening van het Heilig Avondmaal met aansluitend daarop een nabetrachting.
De Heilige Doop zal gehouden worden op een vooraf door de kerkenraad vastgestelde zondag, bij voorkeur tijdens een morgendienst.
   
2.2.4 Liturgie
De erediensten verlopen zoals gebruikelijk in gemeentes die zich verbonden weten met de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.
Binnen de gemeente wordt gelezen uit de Statenvertaling. Gedurende iedere dienst van de gemeente wordt de dienst der gebeden gehouden en wordt er gezamenlijk gezongen. Gezongen worden de 150 Psalmen en de twaalf Enige Gezangen volgens de “oude” berijming uit 1773. De gemeentezang wordt door orgelspel begeleid en er wordt ritmisch gezongen.
Tijdens de dienst voor de prediking worden er twee collectes gehouden; de eerste collecte is bestemd voor de kerk en de tweede voor een diaconaal doeleinde. Na afloop van de diensten op de laatste zondag van de maand wordt er bij de uitgang van de kerk een extra collecte voor de kerk gehouden. Bij voorkeur zullen kinderen uit de gemeente worden gevraagd bij de uitgang te gaan staan. De opbrengst van de extra collectes zijn bestemd voor het kerkblad “De Band van het Woord” en het gemeentewerk, zoals jeugdwerk, ouderenwerk etc.

Voorafgaand aan de eredienst leest de ouderling van dienst de afkondigingen welke door de scriba op papier zijn gezet. Daarna wordt ter voorbereiding op de eredienst een Psalmvers (of een vers uit de twaalf Enige Gezangen) gezongen. Voordat de ouderling van dienst de afkondigingen voorleest, hebben de rest van de kerkenraadsleden plaats genomen in de kerkenraadbanken. De voorganger neemt plaats bij de ouderlingen. Het te zingen Psalmvers voorafgaand aan de dienst en de naam van de voorganger worden bekend gemaakt in het kerkblad “De Band van het Woord”.
Voorafgaand aan de morgendienst van de laatste zondag van de maand wordt het aangeleerde Psalmvers van de zondagsschool gezongen.
Op eerste paas-, pinkster- en kerstdag worden voorafgaand aan de morgendiensten i.p.v. een psalmvers vanaf 9.30 uur een drie- of viertal resp. paas-, pinkster- en kerstliederen gezongen.
Voorafgaand aan de morgendiensten in de adventstijd wordt i.p.v. een psalmvers een adventslied en voorafgaand aan de morgendiensten in de lijdenstijd een lijdenslied gezongen.
Na de zegen aan het eind van de volgende morgendiensten wordt staande gezongen:
- op de eerste zondag na 30 april i.v.m. koninginnedag het eerste en het zesde couplet van het “Wilhelmus”;
- op de eerste zondag na 31 oktober i.v.m. hervormingsdag de eerste twee coupletten van “Een Vaste Burcht” en
- op eerste kerstdag het “Ere zij God”.
Tijdens een rouw- of trouwdienst in de kerk is naast het zingen van Psalmen uit de oude berijming het zingen van één of meerdere gezangen uit de bundel van 1938 toegestaan. Een eventueel ander lied
 
of gezang kan gezongen worden voor of na de dienst. Als er iets door een familielid wordt voorgedragen, kan dit ook voor of na de (ambtelijke) rouw- of trouwdienst. Wanneer een gemeentelid is overleden wordt dit voorafgaand aan de eerstvolgende eredienst afgekondigd. Ter voorbereiding op de (morgen)dienst wordt - zo mogelijk in overleg met de familie door de predikant - in tegenstelling tot hetgeen gepubliceerd is in “De Band van het Woord” een passend Psalmvers gezongen.
Tijdens diensten waarin het sacrament van de Heilige Doop of het Heilig Avondmaal wordt bediend of een ambtsdrager wordt bevestigd of een huwelijk wordt ingezegend, wordt er gelezen uit de hertaalde formulieren.

2.2.6 Kinderoppasdienst
Tijdens de morgendiensten is er in het Hervormd Centrum kinderoppasdienst voor de allerkleinsten uit de gemeente. De coördinatie en het inroosteren van de oppas berust bij één van de gemeenteleden.

2.2.7 Kerktelefoon en cassettebandjes
Aan die gemeenteleden, die om gezondheidsredenen (tijdelijk) niet of niet regelmatig de eredienst bij kunnen wonen, biedt de kerkenraad kerktelefoon. Deze gemeenteleden kunnen voor het gebruik van kerktelefoon een ontvanger aanvragen bij het college van kerkrentmeesters. Zonodig wordt de uitgifte van de ontvangers uitbesteed aan een gemeentelid; dan kan men bij hem of haar terecht voor een ontvanger. Door de kerk worden geen kosten berekend voor het gebruik van kerktelefoon. Wel zal de aanbieder van de vaste telefoon (zoals KPN) de kosten voor de tijd dat men luistert, bij de luisteraar in rekening brengen. De kosten bedragen ca. € 0,90 per dienst. De gemeenteavonden, de bezinningsamenkomsten voor het Heilig Avondmaal, alsmede sommige andere bijeenkomsten vanuit het Hervormd Centrum zijn eveneens via de kerktelefoon te beluisteren. De luisteraars aan de kerktelefoon kunnen hun giften deponeren in een busje die zij hebben ontvangen.
Van elke eredienst wordt een opname gemaakt op een cassettebandje. Het is mogelijk om een dienst achteraf te beluisteren door een cassettebandje te lenen of te kopen; hiervoor kan men contact opnemen met een door de kerkenraad aangestelde gemeentelid die de uitgifte van de cassettebandjes verzorgd.
Daarnaast is het ook mogelijk om via de website van Audioserver (http://www.audioserver.nl) en de ontvangers van de kerktelefoon de diensten achteraf te beluisteren.

2.3  Gemeentelijk beleid kerkenraad

2.3.1 Samenstelling
De kerkenraad wordt gevormd door de volgende ambtsdragers: de predikant, de ouderlingen, de ouderlingen die tevens kerkrentmeester zijn en de diakenen.
Er zijn vier (pastorale) ouderlingen. Er zijn drie ouderlingen-kerkrentmeester; deze vormen samen met twee kerkrentmeester het college van de kerkrentmeesters en er zijn zes diakenen. In de genoemde aantallen zijn de (bestaande) vacatures meegerekend.
Zonodig wordt door de kerkenraad het ambt van evangelisatie/jeugdouderling of –diaken gecreëerd.
Uit de kerkenraad wordt het moderamen, dat is het dagelijks bestuur van de kerkenraad, bestaande uit een preses (voorzitter), scriba en een assessor (aanwezige) conform ord. 4-8-2 jaarlijks in de eerste vergadering van elk kalenderjaar gekozen. Het moderamen bestaat uit de predikant, een ouderling of een ouderling-kerkrentmeester en een diaken. Indien er ad hoc beslissingen genomen dienen te worden, zal het moderamen dat doen, waarna zij de overige kerkenraadsleden inlicht.
Binnen de hervormde gemeente te Eemnes is bij voorkeur de predikant preses van de kerkenraad.

2.3.2 Vergaderingen
De kerkenraad is medeverantwoordelijk voor het welzijn van alle gemeenteleden. In de kerkenraadsvergadering zullen daarom alle relevante geestelijke en materiële zaken behandeld worden. De volledige kerkenraad vergadert iedere maand, behalve in de maanden juli en augustus, op de tweede dinsdag van de maand in het Hervormd Centrum. De kerkenraadsvergaderingen worden één week voorafgaand aan de vergadering door het moderamen voorbereid (gebruikelijk is dat de dinsdag). Als leidraad voor de inhoud van de agenda voor de vergadering geldt de “jaarplanning voor de kerkenraad”. Voordat het moderamen bij elkaar komt zijn alle kerkenraadsleden in de gelegenheid om onderwerpen voor de kerkenraadsvergadering schriftelijk of per e-mail in te dienen bij de scriba.
Het college van kerkrentmeesters vergadert eenmaal per maand middels een vooraf vastgesteld vergaderschema of wanneer dat door de meerderheid van het college of door de voorzitter noodzakelijk geacht wordt.
 
Het college van diakenen vergadert eenmaal per twee maanden middels een vooraf vastgesteld vergaderschema, of wanneer dat door de meerderheid van het college of door de voorzitter noodzakelijk geacht wordt.
De vergaderingen van het college van predikant en ouderlingen zullen - minimaal twee maal per jaar - door de ouderlingen onder voorzitterschap van de predikant gehouden worden. Tijdens deze vergaderingen zullen er uitsluitend pastorale zaken aan de orde komen.

2.3.3 Ambt en verantwoordelijkheid van de ambtsdragers
De ambtsdragers zijn gemeenteschappelijk verantwoordelijk voor de opbouw van de gemeente in de wereld door zorg te dragen voor de dienst van Woord en sacramenten,
- de missionaire, diaconale en pastorale arbeid,
- de geestelijke vorming,
- het opzicht,
- het rentmeesterschap over de vermogensrechtelijke aangelegenheden en
- andere arbeid tot opbouw van de gemeente.
(Toekomstige) leden van de kerkenraad van de hervormde gemeente te Eemnes dienen naar letter en geest in te stemmen met en zich te gedragen overeenkomstig hun ja-woord bij de belijdenis des geloofs, het formulier voor de bevestiging van ambtsdragers en de kerkorde.
Dit betekent onder meer dat
- men de Bijbel houdt voor het enige onfeilbare Woord van God;
- men instemt met de inhoud van de belijdenisgeschriften van de gemeente, te weten de drie
oecumenische symbolen van de Kerk (de Apostolische geloofsbelijdenis, de geloofsbelijdenis van
Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius), de drie formulieren van enigheid (de Heidelbergse
Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels) en de Catechismus van
Genève;
- men de zondag, zijnde de Dag des Heeren, eerbiedigt en onderhoudt;
- men alle onderlinge samenkomsten van de Gemeente, waarbij ambtelijke tegenwoordigheid vereist
is, zal bijwonen, tenzij men wettig verhinderd is;
- men zich conformeert aan de kerkenraad als eenheid o.a. door het staande gebed en het dragen
van een zwart, antraciet of donkerblauw kostuum tijdens de ambtelijke dienst in de kerk en
- dat men zich onderwerpt aan de tucht van de kerkenraad.

Hieronder volgt volledigheidshalve de tekst van de kerkorde; ordinantie 3, artikel 8 tot en met 11, aangaande het dienstwerk van de ambtsdragers:

- De ambtsdragers geven in de uitoefening van hun taken op een zodanige wijze uitdrukking aan hun
  gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de opbouw van de gemeente dat de bijzondere
  verantwoordelijkheid van elk van de drie ambten tot haar recht komt.
- De kerkenraad kan een ambtsdrager een bepaalde taak toevertrouwen en deze op grond daarvan
  van een deel van de genoemde taken vrijstellen.
- Niemand kan in een gemeente meer dan één ambt dragen.

Tot opbouw van de gemeenten is aan de predikanten toevertrouwd
- de bediening van het Woord en sacramenten door
   - de verkondiging van het Woord;
   - het voorgaan in de kerkdiensten;
   - de bediening van de Heilige doop;
   - de bediening van het Heilig avondmaal;
   - het afnemen van de openbare geloofsbelijdenis;
   - het bevestigen van ambtsdragers en het inleiden van hen die in een bediening worden gesteld;
   - het leiden van trouwdiensten en van diensten van rouwdragen en gedenken;
   - de catechese en de toerusting;
   - het verkondigen van het evangelie in de wereld;
   - en zo zij daartoe geroepen worden, het dienen van de kerk in de meerdere vergaderingen
    en tezamen met de ouderlingen
     - de herderlijke zorg, onder meer door het bezoeken van de leden van de gemeente en
     - het opzicht over de leden van de gemeente.
Een predikant is alleen bevoegd buiten de eigen gemeente werkzaamheden te verrichten die
gerekend kunnen worden te behoren tot het dienstwerk van een predikant, met goedvinden van de
kerkenraad van de gemeente of in opdracht van een meerdere vergadering van de kerk.
 
Tot opbouw van de gemeente is aan de ouderlingen toevertrouwd
- de zorg voor de gemeente als gemeenschap;
- het dragen van medeverantwoordelijkheid voor de bediening van Woord en sacrament;
- de ambtelijke tegenwoordigheid in de kerkdiensten;
- het toerusten van de gemeente tot het vervullen van haar pastorale en missionaire roeping
- en zo zij geroepen worden, het dienen van de kerk in de meerdere vergaderingen en tezamen met   de predikanten
   - de herderlijke zorg, onder meer door het bezoeken van de leden van de gemeente en
   - het opzicht over de leden van de gemeente.
Aan de ouderlingen die in het bijzonder zijn aangewezen tot kerkrentmeester is bovendien
toevertrouwd, tezamen met de andere kerkrentmeesters,
- de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente van
  niet-diaconale aard,
- het bijhouden van de registers van de gemeenteleden en van het doopboek, het belijdenisboek en
  het trouwboek.

Tot opbouw van de gemeente met het oog op haar dienst in de wereld is aan de diakenen
toevertrouwd
- de ambtelijke tegenwoordigheid in de kerkdiensten;
- de dienst aan de tafel des Heeren;
- het mede voorbereiden van de voorbeden;
- het inzamelen en besteden van de liefdegaven;
- het toerusten van de gemeente tot het vervullen van haar diaconale roeping;
- het verlenen van bijstand, verzorging of bescherming aan hen die dat behoeven;
- het nemen of ondersteunen van initiatieven die gericht zijn op het bevorderen van het
  maatschappelijk welzijn;
- het dienen van de gemeente en de kerk in haar bemoeienis met betrekking tot sociale
  vraagstukken en het aanspreken van de overheid en de samenleving op haar verantwoordelijkheid
  dienaangaande;
- het beheren van de financiële zaken die bestemd zijn voor het diaconaat
- en zo zij daartoe geroepen worden, het dienen van de kerk in de meerdere vergaderingen.
Binnen de gemeente zal bij voorkeur een diaken met een ouderling meegaan op huisbezoek. Indien een diaken scriba is, is hij vrijgesteld voor de huisbezoeken. Ook ouderlingen-kerkrentmeester zijn voor het afleggen van huisbezoeken vrijgesteld.

Van nieuwe ambtsdragers zal na ongeveer zes maanden zijn werkzaamheden worden geëvalueerd.

2.3.4    Scriba
De scriba is het aanspreekpunt aangaande zaken voor de kerkenraad. Daarnaast heeft hij de volgende taken:
- ontvangen van de ingekomen stukken;
- verzorgen van de uitgaande stukken;
- agenda’s voor de kerkenraadsvergaderingen opstellen;
- verslagen van de kerkenraadsvergaderingen maken;
- opstellen van het rooster van aftreden (in oneven kalenderjaren);
- beheer archief kerkenraad;
- beheer en actualiseren van beleidsplan, plaatselijke regeling, gemeentegids, telefooncirkel en jaarplanning van de kerkenraad;
- schrijven van de afkondigingen en
- bij afwezigheid van de predikant het aanspreekpunt zijn voor melding ziekte/herstel en overlijden.

2.3.5    Verkiezingen ambtsdragers
Door de kerkenraad is een verkiezingsregeling opgesteld waarin in ieder geval moet worden vastgelegd in welke maand de verkiezing van ouderlingen en diakenen wordt gehouden en welke stemprocedure wordt gevolgd. De verkiezingen geschieden conform ord. 3-6 uit de kerkorde. De kerkorde gaat uit van een jaarlijkse verkiezing waarbij telkens een kwart aftreedt. De kerkenraad heeft besloten dat aan het einde van ieder oneven jaar de helft van de kerkenraad aftreedt. In dat jaar zal de kerkenraad het rooster van aftreden opstellen en zullen in de maand november verkiezingen worden gehouden. Wat betreft de stemprocedure: de stemgerechtigde leden worden uitgenodigd om naar de verkiezing te komen. De kerkenraad heeft besloten dat ook bij volmacht gestemd kan worden,
 
met dien verstande dat niemand meer dan twee gevolmachtigde stemmen kan uitbrengen en alleen stemgerechtigde leden gevolmachtigde stemmen kunnen uitbrengen. In de kerkorde wordt uitgegaan van het feit dat de stemgerechtigde leden van de gemeente verkiezen. Wel is er de mogelijkheid van een zesjaarlijkse stemming waarbij de stemgerechtigde leden de kerkenraad kunnen machtigen dubbeltallen vast te stellen. Letterlijk staat in ord. 3-6-6: “De stemgerechtigde leden van de (wijk)gemeente kunnen - telkens voor een periode van ten hoogste zes
jaar - de kerkenraad machtigen om, na kennisneming van de ingekomen aanbevelingen voor de verkiezing van ouderlingen en diakenen, voor elke vacature afzonderlijk een dubbeltal vast te stellen, waaruit de verkiezing door de stemgerechtigde leden van de (wijk)gemeente plaatsvindt.”
De kerkenraad heeft besloten om van deze mogelijkheid geen gebruik te maken om reden dat het in de gemeente moeilijk zal zijn om dubbeltallen vast te stellen. En wanneer dat al wel zou gelukken dan betekent dat, dat bij een verkiezing één van de kandidaten, die net zo hard nodig is, niet gekozen wordt.
Alleen mannelijke belijdende leden van de hervormde gemeente te Eemnes kunnen worden gekozen tot ouderling of diaken. Het is wenselijk dat zij deelnemen aan het Heilig Avondmaal.

De verkiezing van predikant geschied conform ord. 3-4 uit de kerkorde.
Voor verkiezing tot predikant tot de hervormde gemeente te Eemnes komen in aanmerking (mannelijke) predikanten en proponenten, beiden uit de kring van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland, die beroepbaar zijn.

Binnen de gemeente zijn alleen belijdende leden stemgerechtigd.

2.4  Gemeentelijk beleid pastoraat

2.4.1 Inleiding
De organisatie van het pastoraat in de verschillende secties is in Eemnes niet optimaal, mede doordat voldoende medewerkers en ambtsdragers moeilijk te vinden zijn. Het is derhalve de moeite waard om te overwegen of het pastoraat op een andere wijze dan nu het geval is in te vullen. Te denken valt hier aan de mogelijkheid om het pastoraat meer leeftijdsgewijze, interessegewijze of op een gewijzigde wijkwijze in te delen. Bij een wijziging van de huidige werkwijze per wijk valt te denken aan grotere secties, of aan een herindeling van de bestaande secties.
In Eemnes valt een grote groep rand- en buitenkerkelijken op. Het is te overwegen hier een aparte (aparte evangelisatie)ouderling of –diaken voor aan te stellen. Voor de komende jaren wordt als doel gesteld een deel van deze groep actiever bij de gemeente te betrekken.

2.4.2 Predikant
De predikant van de gemeente verleent pastorale zorg in de volgende situaties:
- gemeenteleden die in geestelijke nood verkeren;
- gemeenteleden die in een ziekenhuis of in een verpleeginrichting zijn opgenomen;
- gemeenteleden die ernstig ziek zijn en thuis verzorgd worden;
- gemeenteleden die chronisch ziek zijn;
- gezinnen van de gemeente waar recentelijk een lid door de dood is ontvallen en
- gezinnen in de gemeente met verstandelijk of lichamelijk gehandicapte(n).

De predikant bezoekt de gemeenteleden ter gelegenheid van een huwelijksjubileum (25, 40, 50, 55, 60, 65, 70 jaar) en bij gezinsuitbreiding. Eveneens bezoekt hij de gemeenteleden van 75 jaar en ouder ter gelegenheid van hun verjaardag. Bij afwezigheid van de predikant wordt de taak waargenomen door de sectieouderling (zie 2.4.3) of de bezoekbroeder (zie 2.4.4).
De predikant leidt in het algemeen de catechese, de kringen en andere samenkomsten binnen de gemeente en eventueel ook de gemeenteavonden.
Verder doet de predikant tijdens de erediensten voorbeden voor de gemeenteleden die ziek zijn en die verzorgd worden zowel thuis als in verzorgingshuizen of ziekenhuizen, rouwdragende familieleden van een overleden gemeentelid, gezinnen uit de gemeente waarin een geboorte heeft plaatsgevonden en huwelijksjubilarissen uit de gemeente. Indien de predikant op een zondag niet voorgaat in de gemeente, zal de gastpredikant of de kandidaat die in de morgendienst voorgaat gevraagd worden of hij de voorbeden wil doen. Jaarlijks zal binnen het moderamen of het college van predikant en ouderlingen de werkzaamheden van de predikant worden geëvalueerd. De echtgenote van de predikant zal hierbij aanwezig zijn. Verslag van de evaluatie wordt uitgebracht in de eerstvolgende kerkenraadsvergadering.
 
Daarnaast wordt de predikant conform ord. 13-20-4 uit de kerkorde eenmaal per vijf jaar gedurende een periode van drie maanden vrijgesteld van zijn werkzaamheden vanwege studieverlof. Indien er binnen de gemeente een beginnende predikant werkzaam is, zal hij gedurende een periode van ongeveer 18 maanden begeleid worden door een mentor die wordt aangewezen door de kleine synode (ord. 13-21-1 uit de kerkorde); verder dient hij conform ord. 13-20-3 voor het einde van de eerste vier jaar na de bevestiging deelgenomen te hebben aan een zgn. verplichte nascholingstraject.

2.4.3 (Sectie)ouderlingen
De gemeente is momenteel in 3 secties verdeeld. Het aantal secties en de indeling hiervan heeft de aandacht. Doel van het huisbezoek is de persoonlijke zielzorg aan de leden van de gemeente. Daarbij gaat het in principe om alle leden van de gemeente. Gezien echter de situatie in de gemeente met een grote “rand” en met weinig ouderlingen moeten prioriteiten gesteld worden.
Het huisbezoek wordt in eerste instantie gedaan aan meelevende gemeenteleden, dat wil zeggen: zij die de kerkdiensten bezoeken of middels de kerktelefoon of de band beluisteren of jaarlijks een financiële bijdrage leveren (aan de actie kerkbalans). Het is het streven dat zij eenmaal per twee jaar bezoek krijgen.
De nieuw ingekomenen in de gemeente worden bezocht door de sectieouderling en de predikant.
Verder hebben de ouderlingen tot taak het actualiseren van de “kaartenbakken”, het bijhouden van wanneer en waar er bezoeken geweest zijn, gegevens over de kerkgang, het Heilig Avondmaal en welke Bijbelgedeelten er zijn gelezen en indien nodig de bezoektaken van de predikant waarnemen.

Wanneer wie dan ook in de gemeente bezoek wenst van een ouderling of van de predikant, kan te allen tijde een beroep op hen gedaan worden.

2.4.4 Bezoekbroeder(s)
De kerkenraad kan één of meerdere broeders uit de gemeente aanstellen als bezoekbroeder die óf met een ouderling meegaat op huisbezoek óf bezoeken aflegt aan bijvoorbeeld gemeenteleden die ziek zijn of verzorgd worden. Zonodig woont de bezoekbroeder een gedeelte van de vergadering van het college van predikant en ouderlingen bij.

2.4.5 De Heilige Doop
Als gemeente belijden wij dat de Heilige Doop een instelling is van de Heere Jezus Christus om ons en onze kinderen tot Zijn verbond te verzegelen. Daarom behoren de kleine kinderen van de gemeente als erfgenamen van het Rijk van God gedoopt te wezen.
De Heilige Doop wordt bediend na een gesprek van de predikant en de (sectie)ouderling met de doopouders.
Wanneer één van de ouders geen doop- of belijdend lid is van de gemeente kan de bediening van de Heilige Doop plaatsvinden na goedkeuring van de kerkenraad; aan deze ouder zal gevraagd worden of hij/zij kan instemmen met de bediening van de Heilige Doop.

2.4.6 Belijdenis des Geloofs
De openbare geloofsbelijdenis vindt plaats in een eredienst, bij voorkeur op eerste paasdag ‘s morgens. De openbare geloofsbelijdenis kan door die gemeenteleden worden afgelegd die de belijdeniscatechese hebben gevolgd. Als de belijdeniscatechese is afgesloten bepaalt de kerkenraad, middels een aannemingsavond waarbij de predikant, een ouderling en een diaken aanwezig is namens de kerkenraad, of de betrokkene kan worden toegelaten tot de openbare geloofsbelijdenis. Van de gemeenteleden die te kennen hebben gegeven openbare belijdenis van het Geloof te willen afleggen, wordt verwacht dat zij de zondagse eredienst bezoeken. Het is wenselijk wanneer er een opgaande lijn in de kerkgang waarneembaar is.

2.4.7 Het Heilig Avondmaal
Als gemeente belijden wij dat het Heilig Avondmaal een instelling is van de Heere Jezus Christus, die Hij alleen heeft ingesteld voor Zijn gelovigen die in het midden van de gemeente belijdenis des geloofs hebben afgelegd.
Het Heilige Avondmaal wordt vier keer per jaar bediend tijdens een zondagse eredienst ’s morgens en tijdens de eredienst op goede vrijdag. Voor de handelwijze van de predikant en de leden van de kerkenraad bij de viering en bediening van het Heilig Avondmaal is een draaiboek opgesteld, hierin wordt de te volgen werkwijze stapsgewijs aangegeven.
Wanneer gasten wensen deel te nemen aan het Heilig Avondmaal binnen de gemeente, doen zij verstandig aan vooraf contact op te nemen met de kerkenraad.
 
Censura Morum: middels “De Band van het Woord” wordt in de maand waarin de bediening van het Heilig Avondmaal plaatsvindt de mogelijkheid geboden tot een gesprek met de kerkenraad. De gemeenteleden die hiervan gebruik wensen te maken dienen hiertoe een afspraak te maken met de predikant.
De dankzegging op het Heilig Avondmaal vindt plaats in de avonddienst, m.u.v. goede vrijdag; dan zal dankzegging aansluitend op de bediening plaatsvinden.
Op de donderdagavond voorafgaand aan de viering van het Heilig Avondmaal is er een bezinningssamenkomst (zie 2.7.3).

2.4.8 Het kerkelijk huwelijk
Als gemeente belijden wij dat het huwelijk tussen man en vrouw een instelling van God is en als zodanig heilig gehouden dient te worden.
De bevestiging daarvan vindt plaats nadat het huwelijk voor de burgerlijke overheid is gesloten.
Als regel zal de eigen predikant in de huwelijksdienst voorgaan. Indien er een andere predikant gewenst is (dit gaat om een predikant uit de familiekring van het echtpaar en in één lijn staat met de identiteit van de gemeente) dient dit ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de kerkenraad.
De huwelijksdienst wordt gehouden in het kerkgebouw aan de Kerkstraat 16. Het is ook mogelijk gebruik te maken van de kerk van Eemnes-Binnen aan de Wakkerendijk 49 (momenteel nog in eigendom van de hervormde gemeente te Eemnes).

Alternatieve samenlevingsvormen zijn onbijbels. Daarom zal de kerkenraad op bijbelse wijze tucht oefenen over hen die deze instelling van God ontkrachten.

2.4.9 Overlijden
Bij overlijden dient de familie een melding te doen bij de predikant en bij diens afwezigheid bij de scriba. De begrafenisondernemer neemt contact op met de predikant om datum en tijdstip van de begrafenis af te spreken. Daarnaast neemt de begrafenisondernemer contact op met de koster voor het gebruik van de kerk en eventueel met de beheerder van het Hervormd Centrum. Nadat één en ander geregeld is zal de predikant met de familie over de rouwdienst praten. De rouwdienst kan gehouden worden in het kerkgebouw aan de Kerkstraat 16 of in het Hervormd Centrum. Het is ook mogelijk gebruik te maken van de kerk van Eemnes-Binnen. De familie maakt hierbij de keuze en niet de begrafenisondernemer. Het Hervormd Centrum kan ook gebruikt worden voor condoleren en/of ontmoetingen na afloop van de begrafenis. De kerkenraad gaat ervan uit dat de eigen predikant de rouwdienst leidt. Indien er een andere predikant gewenst is (dit gaat om een predikant uit de familiekring van het echtpaar en in één lijn staat met de identiteit van de gemeente) dient dit ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de kerkenraad of het moderamen.
Wanneer de predikant verhinderd is de rouwdienst te leiden vanwege vakantie of studie, zal hij vooraf zorgen voor een vervanger.
Crematies kunnen niet onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad plaatsvinden.

2.4.10 Ziekte
Ziekte, herstel, ziekenhuisopnamen of ontslag uit het ziekenhuis etc. dienen zelf of door familieleden gemeld te worden bij de predikant. Mocht hij afwezig zijn, kan de scriba worden ingeschakeld.

2.5  Gemeentelijk beleid catechese

2.5.1 Doel
Door catechese wordt kerkelijk onderricht gegeven aan de jonge leden van de gemeente en verder aan allen die dit onderricht verlangen.
Het doel van de catechese is:
- het leren leven uit Gods beloften en naar Zijn geboden,
- de toerusting tot het christelijk getuigenis in de wereld,
- het ontdekken en leren aanwenden van de gaven voor de opbouw van de gemeente van Christus,
- de toeleiding tot de viering van Doop en Avondmaal en
- de voorbereiding op de openbare belijdenis van het geloof.

2.5.2 Inhoud van de catechese
De catechese betreft:
- het lezen en verstaan van de Heilige Schrift,
- de eredienst, de liederen en gebeden,
 
- de belijdenis en de geschiedenis van de kerk, en
- het leven als christen in de wereld.
Over de keuze van leerstof en methode van de catechese, waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkeling der leerlingen en het milieu, waarin zij leven, wordt door de predikant tevoren de kerkenraad geraadpleegd.

2.5.3 Tijd en leeftijdsindeling
De catechese wordt gegeven in het Hervormd Centrum van oktober tot en met de week voor goede vrijdag op maandagavond van 19.00 - 19.45 uur aan de jongeren van 12 tot en met 15 jaar en van 19.45 - 20.30 uur aan de jongeren van 16 jaar en ouder.

De belijdeniscatechese wordt eveneens van oktober tot en met de week voor goede vrijdag gehouden op een dag en tijdstip door de predikant te bepalen in overleg met de catechisanten.
Wanneer een gemeentelid wenst deel te nemen aan de belijdeniscatechisatie, dient hij of zij zich voorafgaand aan de start van de catechisaties te melden bij de predikant.

2.6  Gemeentelijk beleid jeugdwerk

2.6.1 Doel jeugdwerk
Ook aan kerkelijk Eemnes is de vergrijzing niet voorbij gegaan. Met het oog op de toekomst is een actieve betrokkenheid van de jeugd daarom van groot belang. Voor de komende jaren is het opstarten van een jongerenkring het overwegen waard te meer omdat opvalt dat twintigers en dertigers hun plek in de gemeente soms moeilijk kunnen vinden. Het is ons doel om deze situatie te verbeteren.
Doel van het jeugdwerk is de onderlinge band van de jeugd van de hervormde gemeente te Eemnes te onderhouden en te verstevigen, maar ook tot opbouw van het geloof voor de jeugd. Het creëren van momenten waarbij de jeugd begrip krijgt voor elkaars geloofsleven en maatschappelijke beleving. Uiteraard is er de mogelijkheid tijdens de bijeenkomsten contacten te onderhouden met geïnteresseerden van buiten de gemeente.

2.6.1.1 Leiding
De leidinggevende jeugdwerkers dienen lid te zijn van de hervormde gemeente te Eemnes. Ze onderschrijven de doelstelling van de gemeente en geven in het dagelijks leven blijk van betrokkenheid met de gemeente. Leidinggevenden worden op voordracht van de betreffende vereniging of jeugdraad door de kerkenraad aangesteld.

2.6.1.2 Werkwijze en materiaal
De avonden worden volgens een vooraf vastgestelde indeling ingevuld. Zoveel mogelijk zal de avond bestaan uit het openen met gebed en het lezen van een Bijbelgedeelte. Hierop volgend een inleiding met een kringgesprek en knutselwerken. Ook wordt er aandacht besteed aan sport en spel. De materialen ter ondersteuning voor de inleiding en kringgesprekken komen via de HGJB. Hiervoor wordt o.a. gebruik gemaakt van de bladen Bouwstof en Spirit. De liederen die binnen de verenigingen worden gezongen dienen in overeenstemming te zijn aan de identiteit van de gemeente.

2.6.2 Jeugdraad

2.6.2.1 Inleiding
Het is de bedoeling de kerkenraad bij te staan bij het structureren en onderhouden van de contacten met de jeugdverenigingen die onder de verantwoordelijkheid van de hervormde gemeente te Eemnes gehouden worden. Om op een gestructureerde wijze inzicht te krijgen in de opzet, de doelstelling en de uitvoering van de verantwoordelijkheden van de verenigingen afzonderlijk. Tevens zal er een omschrijving c.q. reglement van de verenigingen worden toegevoegd aan het beleidsplan van de jeugdraad ter ondersteuning.

2.6.2.2 Samenstelling
De jeugdraad zal worden gevormd door bij voorkeur een lid van de kerkenraad en van iedere vereniging een aangewezen leidinggevende. Het geniet de voorkeur om vooral de aangewezen leidinggevende per 2 seizoenen te laten rouleren.
 
2.6.2.3 Organisatie en overleg
Vanuit de kerkenraad is het de bedoeling om op een regelmatige basis contacten te onderhouden en voeling te houden met de jeugdverenigingen en de jeugdige leden van de hervormde gemeente te Eemnes. De jeugdraad zal een niet op zichzelf staand geheel zijn maar volledig onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad opereren. De jeugdraad zal in principe 2 maal per jaar bijeenkomen en een verslag van deze bijeenkomst zal aan de kerkenraad worden toegezonden. Éénmaal per jaar zal er overleg gevoerd worden in een reguliere kerkenraadsvergadering.

2.6.3 De jeugdclubs

2.6.3.1 Zondagsschool “Het Mosterdzaadje”
De bijeenkomsten van de zondagsschool “Het Mosterdzaadje” worden op zondagmorgen gehouden van 11.00 – 12.00 uur in het Hervormd Centrum. Kinderen in de leeftijd van 5 t/m 12 jaar kunnen de bijeenkomsten bezoeken. Het seizoen voor de bijeenkomsten is van begin september tot ca. eind mei. De bijeenkomsten worden met gebed en zang geopend waarna er met behulp van het blad “De Hervormde Zondagsschool” van de Zondagsschoolbond op Gereformeerd Grondslag een verhaal verteld wordt, en met behulp van de werkmap een werkstukje gemaakt. Maandelijks wordt er een Psalmvers aangeleerd. Tijdens een bijeenkomst aan het eind van het seizoen wordt er afscheid genomen van de kinderen die in het afgelopen seizoen 12 jaar zijn geworden. Ook de ouders en grootouders worden hiervoor van harte uitgenodigd. Bij het afscheid ontvangen de kinderen een Bijbel.
De zondagsschool heeft abonnementen op het blad “Kind en Evangelie”.

2.6.3.2 Jeugdpleister
De leden van de jeugdclub “Jeugdpleister” zijn kinderen uit groep 5 tot en met 8 van het basisonderwijs of een andere vorm van lager onderwijs. De bijeenkomsten worden tijdens het winterseizoen éénmaal per veertien dagen op de vrijdagavond gehouden in het Hervormd Centrum van 19.00 – 20.30 uur. De doelstelling van de vereniging, zoals opgenomen in het reglement, is “de kinderen ter plaatse in aanraking te brengen met het evangelie door middel van Gods Woord”. De avonden worden onderverdeeld in een bezinnend gedeelte met gebed, vertelling en zingen en een gedeelte waarin er gelegenheid is voor spel en knutselwerken.

2.6.3.3 Between
De leden van de jeugdclub “Between” zijn jongeren uit het voortgezet onderwijs tot hun zestiende jaar. De bijeenkomsten worden tijdens het winterseizoen éénmaal per veertien dagen gehouden op de vrijdagavond van 19.30 – 21.30 uur in het Hervormd Centrum. De avonden worden onderverdeeld in een bezinnend gedeelte met gebed en een gedeelte met ontspanning. Regelmatig zijn er momenten van ontspanning die op een andere locatie plaatsvinden.

2.6.3.4 16+ club
De 16+ club is een vereniging voor jongeren vanaf 16 jaar. De bijeenkomsten worden tijdens het winterseizoen éénmaal per veertien dagen gehouden op de vrijdagavond in een voor de jeugd ingerichte zaal in het Hervormd Centrum van 20.00 – 22.00 uur. De avonden worden onderverdeeld in een bezinnend gedeelte en een ontspannend gedeelte die door de leden zelf worden ingevuld. Ook binnen deze vereniging zijn er regelmatig momenten van ontspanning die op een andere locatie plaatsvinden.

2.7 Gemeentelijk beleid vorming en toerusting

2.7.1 Samen zingen en preekbespreking
Zesmaal per winterseizoen is er na afloop van de avonddienst voor alle gemeenteleden in de kerk de gelegenheid om met elkaar een half uur samen te zingen tot eer van God. Aansluitend daarop is er preekbespreking onder leiding van de predikant. Aan de hand van een drietal vragen is er nabetrachting op de gehouden preek en is er ruimschoots de gelegenheid tot het stellen van vragen en is er discussie om de bijbelse kennis te verbreden en te groeien in het geloof.
De organisatie van de samenkomsten berust op toerbeurten bij de gemeenteleden.
 
2.7.2 Bijbelkring
De Bijbelkring komt gedurende het winterwerk maandelijks bijeen op een donderdagavond om 20.00 uur in het Hervormd Centrum. Onder leiding van de predikant wordt hier aan bijbelstudie gedaan. De predikant houdt op deze avonden een inleiding, waarbinnen er ruimschoots gelegenheid is voor het stellen van vragen en het voeren van discussie over het besproken onderwerp om zo de bijbelse kennis te verbreden

2.7.3 Bezinningssamenkomst Heilig Avondmaal
Een bezinningssamenkomst op het Heilig Avondmaal onder leiding van de predikant zal gehouden worden op de donderdagavond voorafgaand aan de bediening van het Heilig Avondmaal. Tijdens deze bezinningssamenkomsten is er ruimschoots gelegenheid is voor het stellen van vragen en het voeren van discussie. Ook de gemeenteleden die nog niet het gevoel hebben de vrijmoedigheid hebben mogen ontvangen om deel te nemen aan het Heilig Avondmaal zijn uiteraard van harte welkom om de bezinningssamenkomsten.

2.7.4 Preekbespreking jongeren
Na afloop van de morgendiensten waarin het winterwerk wordt geopend of afgesloten is er voor alle jongeren vanaf 12 jaar een preekbespreking onder leiding van de predikant. Aan de hand van een aantal vragen zal er een nabetrachting zijn op de die in de genoemde diensten is verkondigd en is er ruimschoots de gelegenheid tot het stellen van vragen en is er discussie. Het doel van de preekbespreking is de bijbelse kennis van de jongeren te verbreden.

2.8 Gemeentelijk beleid ouderenwerk

2.8.1 Doel ouderenwerk
Het ouderenwerk heeft een bijzondere plaats. Binnen de gemeente wordt waargenomen dat verscheidene ouderen om gezondheidsredenen de zondagse erediensten (deels) niet meer kunnen bezoeken en steeds meer uit het gezichtsveld van de gemeente vallen. Het is daarom van belang dat zij, maar niettemin ook de andere ouderen uit de gemeente, betrokken worden binnen de gemeente door ondermeer het organiseren van ouderenmiddagen of het afleggen van bezoeken aan hen door onder meer de predikant.

2.8.2 Aandeel predikant
Het aandeel in het ouderenwerk binnen de gemeente van de predikant is:
- het bezoeken van hen die 75 jaar en ouder zijn kort na de verjaardag;
- het (mede)organiseren van de ouderenmiddagen en daarbij aanwezig zijn voor de meditatie en sluiting;
- aanwezig zijn (als hiervoor) bij het jaarlijkse dag uit;
- bezoeken van ouderen in het ziekenhuis of in andere verzorgings- of verpleegtehuizen;
- voorbede in de erediensten voor de ouderen in het algemeen en
- bezoeken van de ouderen die ziek zijn.
 
2.8.3 Ouderencommissie
De ouderencommissie bestaat uit gemeenteleden. In het bestuur, of in de commissie als zodanig, is geen afgevaardigde vanuit de kerkenraad aanwezig. De commissie benoemt uit haar midden één van de leden als voorzitter. De kerkenraad benoemt, op aanbeveling van de commissie, nieuwe leden uit de gemeente.

2.8.4 Bijeenkomsten en activiteiten
Er worden per winterwerkseizoen een vijftal ouderenmiddagen door de ouderencommissie georganiseerd, waaronder een paas- en een kerstviering. De bijeenkomsten vinden plaats in het Hervormd Centrum en vangen aan om 14.30 uur.
De commissieleden bezoeken ouderen in de gemeente vanaf 65 jaar zo mogelijk éénmaal per jaar. Zonodig worden de ouderen van 70 jaar en ouder en de alleenstaanden meerdere keren per jaar bezocht. Hiervoor geldt, dat er met name naar de behoefte van de bezoekfrequentie wordt gekeken. Hier wordt zoveel als mogelijk rekening mee gehouden.
Verder organiseert de commissie een dag uit die jaarlijks in de maand mei wordt gehouden.
 
2.8.5 Attenties voor de ouderen
Meelevende (kerkelijk en/of financieel) gemeenteleden van 70 jaar en ouder ontvangen voor hun verjaardag een bloemstuk en voor de kerst een kerstattentie. Het laatste is een mand met fruit, een bijbels en een kerstgroet van de kerkenraad geschreven door de predikant. Beide attenties worden door het college van kerkrentmeesters bekostigd.


2.9 Gemeentelijk beleid ondersteuning 

2.9.1 Commissie gemeenteopbouw
De commissie gemeenteopbouw bestaat uit minimaal vier leden. Één van de leden maakt bij voorkeur deel uit van de kerkenraad. Ieder kalenderjaar verlaten twee leden de commissie en worden twee nieuwe leden benoemd. Nieuwe commissieleden worden op voordracht van de commissie benoemd door de kerkenraad. De commissie vergadert in de regel ongeveer zes keer per jaar.
De commissie gemeenteopbouw organiseert de volgende activiteiten binnen de gemeente:
- eenmaal per seizoen een gemeenteavond in het najaar;
- eenmaal per seizoen een sing-in in de kerk;
- een ontbijt voor alle gemeenteleden op tweede paasdag van 8.30 – 9.30 uur in het Hervormd Centrum;
- op de derde zaterdag van september een gemeentedag (middagactiviteit met aansluitend daarop een maaltijd) en
- het verzorgen van koffie, thee en koek voor het koffiedrinken op de eerste zondag van de oneven maanden na de morgendienst.

2.9.2 Telcommissie
De kerkenraad kan een drietal leden uit de gemeente benoemen tot lid van de telcommissie. Deze commissie heeft tot taak de opbrengst van de collectes tijdens de erediensten te sorten op de bankrekening van de diaconie, college van kerkrentmeesters (collectes voor de kerk, plaatselijk jeugd- en ouderenwerk en De Band van het Woord) en de zendingscommissie (collectes voor GZB en IZB).

2.9.3 Commissie kerstzangdienst
De commissie kerstzangdienst bestaat uit een aantal leden uit de gemeente, een kerkenraadslid (bij voorkeur de predikant) en een organist. De commissie heeft als taak het organiseren van de kerstzangdienst op tweede kerstdag. Er wordt medio september gestart met de voorbereidingen, echter het uitnodigen van een koor voor medewerking aan de kerstzangdienst dient eerder te gebeuren. Een koor kan pas uitgenodigd worden na voordracht aan en goedkeuring door de kerkenraad. De commissie zorgt ook voor de te zingen liederen. De liederen dienen overeenkomstig te zijn aan de identiteit van de gemeente. In januari evalueert de commissie de laatstgehouden kerstzangdienst en bezint zich op een koor voor de komende kerstzangdienst.

2.9.4 Van Hart tot Hart
Onder de toren van de kerk staat het bord “Van Hart tot Hart”. Op het bord wordt door een gemeentelid briefjes met daarop namen en adressen van gemeenteleden die langdurig of tijdelijk ziek zijn, waar gezinsuitbreiding heeft plaatsgevonden, die een huwelijksjubileum hebben of waarvan een familielid is overleden, gemaakt en opgehangen. De adressen van de gemeenteleden worden door de predikant aan het gemeentelid die de briefjes maakt doorgegeven.

2.9.5 Abonnementen
De kerkenraad heeft een viertal abonnementen op “De Waarheidsvriend”, een wekelijkse uitgave van de Gereformeerde Bond, en ook een viertal abonnementen op het tijdschrift “Terdege” die elke twee weken verschijnt. De bladen worden door de scriba op de boekenplank onder de toren neergelegd. Gemeenteleden kunnen de bladen meenemen en dienen na uitgelezen te hebben terug te leggen voor een ander gemeentelid.
Daarnaast wordt om de twee maanden het blad “Licht in de avond”, een uitgave van de IZB, voor de ouderen uit de gemeente neergelegd op de boekenplank onder de toren.
De abonnementen worden bekostigd door de diaconie.
Indien men zelf bladen wenst neer te leggen of posters, affiches op te hangen onder de toren, kan men vooraf contact opnemen met de scriba.
 
3  DIACONAAL BELEID

3.1 Huidige situatie
Het college van diakenen bestaat momenteel uit 4 ambtsdragers.

De taakverdeling zou er als volgt uit kunnen zien:
- voorzitter      
- secretaris
- penningmeester (met evt. ondersteunend, uitvoerend externe administrateur die een gedeelte van de diaconievergaderingen bijwoont)
- collegelid die een afzonderlijke taak heeft in bijvoorbeeld pacht land en vastgoed, en diaconaal werk (gemeentelijk en collectes/giften); zonodig worden één of meerdere van deze taken verdeeld onder voorzitter, secretaris en/of penningmeester.

De voorzitter, secretaris en de penningmeester vormen het dagelijks bestuur van de diaconie.
Tevens zal een van de collegeleden worden benoemd tot vice-voorzitter.
Het college vergadert eens per twee maanden waarbij zoveel mogelijk de volgende onderwerpen aan de orde komen.
A )  Financiën 
B ) Ingekomen stukken
C )  Diaconaal werk
D )  Pacht land en Vastgoed
E )  Collecte doeleinden en verzoeken.
 
Jaarlijks zullen een begroting en een jaarrekening opgesteld worden deze zullen ter goedkeuring voorgelegd worden aan de kerkenraad en vervolgens worden doorgezonden naar het regionale college voor de behandeling van beheerszaken. Eveneens zal voor ieder kalenderjaar een giftenplan worden opgesteld wat onderverdeeld is in een wereldwijd en een regionaal giftenplan. De verzoeken om bijdragen worden zoveel mogelijk opgenomen in het giftenplan. Verzoeken die separaat binnenkomen en niet in de begroting zijn opgenomen, worden gehonoreerd wanneer de meerderheid van het college zich daarin kan vinden. Bij het staken van de stemmen wordt de kerkenraad om advies gevraagd. Het advies zal een bindend advies zijn. Het giftenplan wordt vastgesteld in de vergadering van november. Bij voorkeur zal de voorzitter van de diaconie als afgevaardigde zitting nemen in het moderamen.

3.2 Doelstellingen
Bij het bepalen van de doelstellingen zal er allereerst afgevraagd moeten worden waar we nu staan. In een later te bepalen tijdpad kunnen we ons verder de vragen stellen wat we willen bereiken en welke stappen we daartoe kunnen zetten.

Waar we nu staan: op verschillende manieren wordt er op basis van historie financiële hulp verleend. Deze historie wordt door de beheerder van het verzoeken dossier actueel gehouden en wordt de noodzaak van de hulpverlening telkens opnieuw bepaald. Voor de hulp aan gemeenteleden zal nauw samen gewerkt worden met de predikant en met de ouderlingen. Wanneer de diaconie geïnformeerd wordt over nood in de gemeente zal actief gewerkt worden aan hulp daar waar nodig.
De doelstelling van de diaconale hulpverlening, met name bij de diaconale huisbezoeken zal primair zijn dat getracht wordt de bijbelse boodschap over te brengen. De diaconale arbeid in de gemeente en wat we uitdragen buiten de gemeente heeft, zoals dat ook bij het gemeente-zijn centraal staat, ten doel:
- de betrokkenheid op God;
- de betrokkenheid op de wereld en
- de betrokkenheid op elkaar
Onder hulpverlening wordt verstaan: de mensen zo ver te krijgen dat men geheel zelfstandig verder kan. Het uitgangspunt is dat (financiële) ondersteuning verleend wordt in de vorm van een gift (éénmalig of structureel) of een lening, dit ter beoordeling van de diaconie. Over de voorwaarden, aflossingen en vergoedingen zal per geval gesproken worden. De ondersteuning zal in bijzondere gevallen ook verstrekt kunnen worden aan mensen die niet (actief) kerkelijk meelevend zijn.
Voor hulpverlening zal (nauw) samen gewerkt worden met de gemeentelijke sociale dienst. Met name bij de financiële ondersteuning zal de expertise van de Sociale Verzekerings Bank (SVB) of het
 
Schuldhulp Loket worden betrokken. Van diegenen die hulp nodig hebben zal verwacht worden dat men gezamenlijk met de diaconie en de SVB of Schuldhulp Loket zal overleggen.
 
3.3 Werving financiën
Voor de werving zal de diaconie mede afhankelijk zijn van het jaarlijkse collecterooster. In het collecterooster is een aantal collectes vastgesteld, zoals de jaarlijks voorjaars-, pinkster-, zomer en najaarszendingscollecte voor de GZB op door de GZB vastgestelde data worden gehouden en  collectes voor het Werelddiaconaat op zondagen vastgesteld door Kerk-In-Actie, een dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland. Zo mogelijk zal er minimaal eenmaal per maand er een “vrije” diaconiecollecte zijn. De opbrengst van deze diaconiecollecte zal zo mogelijk voor een vooraf bepaald diaconaal doel, zoals noodhulp, bestemd worden. In de kerkenraadsvergadering van november wordt het collecterooster voor het komende jaar vastgesteld.

3.4 Beheer financiën
De financiële positie van de diaconie is gezond en stabiel te noemen. De inkomsten komen voor een groot deel uit de opbrengsten van pacht en huur. De positie van de liquide middelen maakt het mogelijk een redelijke constante inkomstenbron van rente te genereren.

De liquide middelen zullen zodanig worden uitgezet dat het met een goede regelmaat beschikbaar komt, hierdoor zal het mogelijk blijven op onvoorziene omstandigheden adequaat te reageren. Voor het uitzetten van de liquide middelen zal gekeken worden naar de mogelijkheden binnen de
commerciële markt. Voor het uit of vastzetten van de middelen zal het SKG (Stichting Kerkelijk Geldbeheer; deze heeft als doel de onder hun beheer zijnde gelden tegen een zeer redelijk percentage uit te lenen aan kerken en kerkelijke instanties ten behoeve van restauraties en dergelijke) de voorkeur genieten mits de aanbieding redelijk marktconform is. Er zal naar gestreefd worden om de begroting minimaal op de nullijn te houden (onvoorziene zaken die een grote noodzaak hebben geven de diaconie het recht om de begroting negatief af te sluiten) waardoor hulpverlening op de langere termijn gewaarborgd is.

3.5 Beheer land, pacht en vastgoed
De diaconie heeft zich ten doel gesteld de bezittingen zoveel mogelijk te beheren en te behouden. Hoewel het hebben van bezittingen het gevoel geeft in strijd te zijn met onze diaconale opdracht, maakt het hebben en behouden van bezittingen het voor de langere termijn mogelijk, daar waar nodig, materiele steun te verlenen. Telkens weer zal overwogen worden of en hoe het te beheren vastgoed tot een redelijk en verantwoord rendement gemaakt kan worden. Pachtgronden en huur vastgoed worden in eerste instantie aangeboden aan doop- en belijdende leden van de gemeente. Voor het beheer en advies van pacht land en vastgoed is een overeenkomst met het KKG (Kantoor der Kerkelijke Goederen; dat is een rentmeesterkantoor die adviseert op het gebied van kerkelijk vastgoed, contracten en taxaties).
 
4  BELEID ZENDING EN EVANGELISATIE

4.1 Samenstelling zendingscommissie
De zendingscommissie wordt gevormd door een vijftal leden uit de gemeente. Zonodig maakt een kerkenraadslid deel uit van de commissie. De commissie benoemt uit haar midden een dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden: de voorzitter, de secretaris en de penningmeester.

Het dagelijks bestuur heeft tot taak:
- het voorbereiden van de vergaderingen van de commissie;
- het uitvoeren van de door de vergadering genomen besluiten en
- het onderhouden van contacten met de kerkenraad en de gemeente.

Voor het aftreden van commissieleden zie het reglement voor de zendingscommissie.

4.2 Doelstelling en taken
De zendingscommissie heeft de volgende doelstellingen en taken:
- bezinning op vragen van missionaire aard;
- sparen voor een project dat jaarlijks binnen de commissie wordt gekozen;
- het geven van advies aan de kerkenraad inzake zending in ons land en daarbuiten,
- het houden van één of meer zendingsavonden per jaar (en andere activiteiten, die het geheel van de gemeente aangaan);
- het inzamelen van gelden voor de zending en het afdragen daarvan aan de desbetreffende organen (in overleg met de kerkenraad);
- het betrekken van jongeren bij het werk van de zending;
- het geven van informatie over het werk van de zending aan de gemeente (bijv. via de kerkbode) en naar organen (jeugd, verenigingen, scholen, e.d );
- het geven (doen geven) van toerusting aan de gemeente met het oog op haar missionaire vorming (bijv. een cursus) en
- het onderhouden van contacten met zendingsarbeiders (binnen- en buitenland).

4.3 Activiteiten
De activiteiten van de zendingscommissie zijn op te delen in meerdere werkvelden. De zending in eigen land, en de zending buitenland. Tot deze beide werkvelden van de zendingscommissie behoren o.a de volgende activiteiten:
- het organiseren van één gemeenteavond over het gekozen project per seizoen;
- het werven van leden voor de GZB (dit heeft de voortdurende aandacht);
- het mede organiseren van de collectes voor de GZB zoals de voorjaars-, pinkster en 
najaarszendingscollecte en de collecte voor de medische zending;
- de verkoop van kalenders en bijbels dagboeken;
- onderhouden van contacten met een ter hand genomen project;
- verzamelen van informatie die voor het geheel van de commissie en gemeente (vanuit eigen
werkveld) van belang is;
- organisatie en uitvoering van plaatselijk zendingswerk, evangelisatie, kinderevangelisatie, lectuurwerk (bijv. Echo), bezoekwerk, jeugdevangelisatie, diaconaal / evangelisatiewerk,
- specifiek toerustingwerk, instructie voor bepaalde taken, zoals gesprek, verspreiding van
lectuur, kinderwerk e.d.;
- onderhouden van contacten met IZB (Echo dag, kaderavonden, acties enz);
- onderhouden van contacten met een project dat elders in eigen land wordt gesteund en
- verzamelen van informatie die voor het geheel van commissie en gemeente van belang is.

4.4 Evangelisatie
Eemnes is een groeiende gemeente. Men is bezig met nieuwbouw. Voor ons als christelijke gemeente ligt hierin de uitdaging mensen met het evangelie te bereiken. Dit is een taak voor de hele gemeente, maar dit komt ook in de activiteiten van de zendingscommissie naar voren.
Momenteel wordt er evangelisatiewerk opgestart. Het doel hiervan is kenbaarheid te geven van de hervormde gemeente te Eemnes en het christelijk geloof aan de inwoners van de plaatselijke gemeente. Dit kan in de vorm van verspreiding van lectuur (zoals het blad Echo, een uitgave van de IZB), nieuwsbrief van de hervormde gemeente en/of evangelisatie op straat of winkelcentrum.
 
5  BELEID KERKRENTMEESTERSCHAP

5.1 Huidige situatie
Het college van kerkrentmeesters bestaat momenteel uit 2 ambtsdragers en 2 leden.
De taakverdeling zou als volgt uit kunnen zien:
- voorzitter
- secretaris
- penningmeester (met evt. ondersteunend, uitvoerend externe administrateur die een gedeelte van de vergaderingen van het college van kerkrentmeesters bijwoont)
- collegelid
De ouderlingen-kerkrentmeester maken deel uit van de kerkenraad en de kerkrentmeesters niet, waardoor het mogelijk is om ook een vrouw als kerkrentmeester te benoemen.
Conform ord. 11-2-2 uit de kerkorde dient het college van kerkrentmeesters uit ten minste 3 leden,  waarvan de meerderheid ouderling-kerkrentmeester is, te bestaan.

Het college vergadert één keer per maand of zo vaak als nodig, waarbij zoveel mogelijk de volgende onderwerpen aan de orde komen.
A) Ingekomen stukken / uitgaande stukken
B) Onderhoud kerken en/of gebouwen
C) Financiën 
D) Beheer grond
E) Kerktelefoon
F) Beleid/ structuur
 
Jaarlijks zullen een begroting en een jaarrekening opgesteld worden deze zullen ter goedkeuring voorgelegd worden aan de kerkenraad en vervolgens worden doorgezonden naar het regionale college voor de behandeling van beheerszaken.

5.2  Doelstellingen
Het college van kerkrentmeesters is naar de bepalingen van de kerkorde belast met de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente van niet-diaconale aard en verricht de daaraan verbonden werkzaamheden overeenkomstig de bepalingen van de kerkorde en de ordinanties alsmede met inachtneming van de bepalingen in de plaatselijke regeling zodat de kerk zijn prediking zoals beschreven in dit beleidsplan tot in lengte van jaren zal kunnen laten plaatsvinden.

5.3 Werving financiën
De inkomsten van de kerkrentmeesters worden uit de volgende punten gegenereerd:
A) Kerkbalans
B) Generale kas
C) Collectes
D) Opbrengsten uit pachten
E) Rentebaten 
F) Huur
G) Verkoop grond

5.4  Beheer financiën
De financiële positie van de kerkrentmeesters is stabiel te noemen. De inkomsten komen voor een groot deel uit de actie kerkbalans, pachten en rentebaten. De positie van de liquide middelen maakt het mogelijk een redelijke constante inkomsten bron van rente te genereren. Zonder deze rentebaten zou het niet mogelijk zijn om deze gemeente draaiende te houden, daar de actie kerkbalans jaarlijks te weinig opbrengt. Doordat er in het verleden enkele stukken grond zijn verkocht waarop een pachtcontract zat is er voor de toekomst ruimte geschapen om de te lage opbrengsten van de actie kerkbalans op te vangen. De liquide middelen die hierdoor beschikbaar zijn gekomen zullen zodanig worden uitgezet dat het met een goede regelmaat beschikbaar komt, hierdoor zal het mogelijk blijven om deze gemeente financieel in stand te kunnen houden. Voor het uitzetten van de liquide middelen zal gekeken worden naar de mogelijkheden binnen de commerciële markt. Voor het uit of vastzetten van de middelen zal het SKG de voorkeur genieten mits de aanbieding redelijk marktconform is.
 
5.5       Bijdrage kring- en verenigingswerk
Het college van kerkrentmeesters zorgt jaarlijks voor een bijdrage aan de zondagsschool en de jeugdverenigingen. Vooraf zullen met de leidinggevenden de grootte van het bedrag worden overlegd.
Daarnaast vergoed het college van kerkrentmeesters de onkosten voor het ouderenwerk en de onkosten die de commissie gemeenteopbouw maakt.

5.6 Beheer land, pacht en vastgoed
De kerkrentmeesters hebben zich ten doel gesteld de bezittingen zoveel als mogelijk te beheren en te behouden. Hoewel het financieel soms beter is de pachtgronden te gelde te maken. (De pachtopbrengsten - vaak eeuwigdurend - zijn zo laag dat verkoop financieel aantrekkelijker is dan de gronden in eigen bezit te houden). Pachtgronden en huur vastgoed worden in eerste instantie aangeboden aan doop- en belijdende leden van de gemeente. Voor het beheer en advies van pacht land en vastgoed is een overeenkomst met het KKG. Het college van kerkrentmeesters is tevens lid van de monumentenwacht, welke jaarlijks de twee kerken aan een inspectie onderwerpt en indien nodig kleine reparaties uitvoert. Dit lidmaatschap is overheidswege verplicht bij rijksmonumenten.

5.8 Gebruik van de kerkgebouwen door gemeenteleden
Het gebruik van het kerkgebouw is in eerste instantie bedoeld voor de wekelijks te houden erediensten op de zon- en kerkelijke feestdagen.
Verder is er voor eigen gemeenteleden de mogelijkheid aanwezig om in geval van een trouwdienst of rouwdienst de kerk te gebruiken om niet. Uitgangspunt is echter wel dat de eigen predikant voorgaat, of bij een predikant van buitenaf dat er door de kerkenraad hiervoor vooraf goedkeuring is verleend (zie ook 2.4.8 en 2.4.9).

Indien er een aanvraag komt door derden voor huur, éénmalige of voor langere periode, dan dient dit door het college van kerkrentmeesters ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de kerkenraad.

5.7 Hervormd Centrum
Het Hervormd Centrum zal beschikbaar zijn voor alle kerkelijke activiteiten die onder toezicht van de kerkenraad staan. Hieronder vallen o.a. het geven van catechese, jeugdverenigingen, bijbel- en gesprekskringen, vergaderingen, zondagsschool en koffiedrinken na de eredienst. Verder zal het Hervormd Centrum beschikbaar zijn voor rouw- en trouwgelegenheden. Dit kan voor zowel kerkelijk meelevende als niet kerkelijk meelevende mensen.
De zaalhuur, de bediening en de genuttigde consumpties en andere eventuele bijkomende kosten worden in rekening gebracht bij de gebruikers.
Het fysieke beheer en de hieraan verbonden kosten zijn voor rekening van de kerkrentmeesters. Eén van de kerkrentmeesters heeft het onderhoud en beheer van het Hervormd Centrum in zijn portefeuille. Het Hervormd Centrum is opgenomen in het gemeentelijk rampenplan.  

5.8  Koster / beheerder Hervormd Centrum
Het kerkgebouw aan de Kerkstraat heeft een koster die voor zijn/haar werkzaamheden een vergoeding ontvangt. Eens per maand heeft de koster een “vrije” zondag; dan zal hij worden vervangen door een hulpkoster. Bij ziekte of vakantie zal de koster ook vervangen worden door een hulpkoster. Het Hervormd Centrum heeft een beheerder, zonodig is dat de koster van de kerk.

5.9 Organisten
De kerkrentmeesters hebben een aantal organisten tot hun beschikking. De organisten ontvangen een vergoeding conform de arbeidsvoorwaarden van de PKN.

5.10 Ledenadministratie / kerkelijk bureau
De ledenadministratie / kerkelijk bureau wordt bijgehouden door een daartoe aangestelde vrijwillig(st)er met gebruikmaking van een softwarepakket (Baruch) van de S.M.R.A. (Stichting Mechanische registratie en administratie) te Delft. De predikant heeft een eigen pastorale versie van dit pakket. De penningmeester heeft ook een eigen versie om de programma’s INTO (Invoer toezeggingen kerkbalans) en INVO (invoer ontvangsten kerkbalans) te ondersteunen.

5.11 Kerktelefoon
De kerktelefoon is in beheer van het college van kerkrentmeesters. Er wordt gebruik gemaakt van kerktelefonie van Streamit. Een van de (ouderlingen-)kerkrentmeester heeft de kerktelefoon in zijn portefeuille; zonodig wordt dit uitbesteed aan een gemeentelid.
 
6  BELEID COMMUNICATIE

6.1 De Band van het Woord
Het kerkblad “De Band van het Woord” is het medium voor de kerkenraad om de gemeente periodiek te informeren over de kerkelijke activiteiten binnen de gemeente. Tevens is er de mogelijkheid voor gemeenteleden om de gemeente te informeren aangaande jubilea, dankbetuigingen e.d. Het kerkblad zal een functie kunnen vervullen de jeugd bij de gemeentelijke activiteiten te betrekken. Het kerkblad verschijnt éénmaal per maand. In juli verschijnt een uitgave van de maanden juli en augustus. De eindverantwoording en de eindredactie berust bij het moderamen. Het moderamen kan zo nodig de assistentie inroepen van één van de gemeenteleden (huidige situatie) die de redactie verzorgt; deze verzamelt de ingekomen kopij en draagt zorg voor het tijdig doorsturen naar de drukker. Alle gemeenteleden ontvangen per gezin één exemplaar per maand gratis. Voor geïnteresseerden buiten de gemeente die het kerkblad wensen te ontvangen wordt een tegemoetkoming in de onkosten gevraagd.

6.2 Afkondigingen
De afkondigingen worden door de scriba opgesteld. In de afkondigingen worden de gemeentelijke activiteiten Deo Volente voor de komende week voorafgaand aan elke eredienst door de ouderling van dienst afgelezen. Tevens zullen die zaken of gebeurtenissen, die kerkordelijk zijn voorgeschreven afgekondigd worden.

6.3       Gemeentegids
Jaarlijks wordt door de kerkenraad een gemeentegids uitgegeven. In deze gids wordt praktische informatie over de gemeente aangetroffen. Alle namen, adressen en telefoonnummers die van belang zijn voor de gang van zaken in de gemeente worden in de gemeentegids vermeld.

6.4 Website
De hervormde gemeente te Eemnes heeft op internet een eigen website
(http://www.nhkerk-eemnes.nl)
waarop informatie van de gemeente te vinden is. Een door de kerkenraad aangestelde webmaster uit de gemeente is beheerder. Het college van kerkrentmeesters bekostigt het “on-line” houden van de website.
 
BIJLAGE


CONVENANT OP BASIS VAN BELEIDSPLAN
CLASSICALE VERGADERING VAN ALBLASSERDAM

Uitgangspunt.
In het voorjaar van 2002 heeft het moderamen van de triosynode aangegeven dat op 12 december 2003 het fusiebesluit in de hervormde synode in stemming wordt gebracht en bij aanvaarding per 1 mei 2004 de kerkorde van de verenigde kerk van kracht zal zijn. Inmiddels wordt er door velen gesproken over de vraag welke positie er ten aan zien van de kerkfusie moet worden ingenomen. De kerkenraden zullen zich in dit jaar moeten uitspreken welke weg voor Gods Aangezicht begaanbaar is. (1)

Allerwegen wordt gesproken over breuken en scheuren, die dwars door de gemeenten heen dreigen te gaan lopen. Kerkenraden voelen zich verantwoordelijk voor de gehele gemeente(n), die krachtens hun ambtelijke ja-woord aan hun zorg is toevertrouwd.
Vanwege deze verantwoordelijkheid en grote zorg willen we al het mogelijke in het werk stellen om in de kerkelijke verwarring van onze tijd de eenheid te bewaren in de gemeenten.
We willen met dit voorstel de kerkelijke weg gaan, dat wil zeggen de weg van de ambtelijke vergaderingen van kerkenraden en classes.

Convenant.
De classis is geroepen geestelijk leiding te geven aan de gemeenten binnen haar ressort. Bovengenoemde zorg noopt ons tot het coördineren van een convenant waarin gemeenten, die in de klassiek-gereformeerde zin hervormd zijn, zich kunnen verenigen. Aan het convenant ligt in iedere afzonderlijke gemeente een beleidsplan ten grondslag. In dit beleidsplan spreekt de kerkenraad namens de gemeente uit dat zij zich gebonden weet aan de Heilige Schrift als het geopenbaarde Woord van God, aan de oecumenische symbolen van de Kerk en aan de gereformeerde belijdenisgeschriften van de Kerk, conform artikel X van de hervormde kerkorde. Hiermee geven de gemeenten aan dat de binding aan de Heilige Schrift en de gereformeerde belijdenisgeschriften voor hen de enige deugdelijke basis is voor hun kerk-zijn. Met Gods hulp zullen zij weerspreken en weren alles wat in strijd is met dit belijden. Als gemeenten, ontstaan uit de gereformeerde reformatie aanvaarden zij niet zondermeer de Augsburgse Confessie en de Catechismus van Luther en aanvaarden zij niet de Konkordie van Leuenberg en de Barmer Thesen.

Het bewaren van de eenheid.
De gemeenten die het convenant aangaan, zoeken allereerst binnen de gemeente de eenheid te bewaren. Nieuwe scheuring(en) binnen de gemeenten zijn immers voor het Aangezicht Gods niet te verantwoorden (Efeze 4:1-6). Wanneer zij zich als gemeenten zomaar laten meevoeren in de SOW-kerk, zal dit – onzes inziens – onvermijdelijk leiden tot breuken en scheuren in en tussen gemeenten. Daarom zoeken zij als gemeenten ook elkaar vast te houden op basis van Schrift en belijdenis. Het convenant is daarom een verband waardoor gemeenten elkaar in de kerkelijke verwarring vasthouden. Het convenant wil geen kerkpolitieke factor zijn, maar wil een bundeling van gemeenten zijn die door de synode in de onmogelijke positie van “wij kunnen niet weg en wij kunnen niet mee” terecht zijn gekomen. Wanneer de Kerk onverhoopt besluit tot kerkfusie, zullen gemeenten, die het convenant gesloten hebben, zelf geen actie ondernemen om los te raken van het kerkverband. Deze keuze zou immers onherroepelijk leiden tot scheuringen binnen gemeenten. Aan de andere kant laten zij de synode weten dat de SOW-kerk niet kan rekenen op hun instemming met het geheel van de nieuwe kerkorde, zoals die op dit moment voorligt. (2)

Wat betekent dit in de praktijk?
De gemeenten die het convenant sluiten, spreken uit dat ze kerk blijven op de huidige basis van Schrift en belijdenis, waarbij het hun verlangen is dat heel de kerk waarachtig belijdende kerk zal zijn, levend overeenkomstig het Woord van God. Omdat wij met dit voorstel de kerkelijke weg, de weg van de ambtelijke vergaderingen bewandelen, ligt de coördinatie van het convenant o.i. op de weg van de classes.
 
De rol van de classis
Vanuit haar verantwoordelijkheid leiding te geven aan de gemeenten binnen haar ressort ziet de classis het als haar taak dit convenant te coördineren. (3)

Namens het breed moderamen der classis Alblasserdam

W. van. Weelden        A.F. Kaars
(Preses)        (Scriba)


noten

1. De gesprekken die de afgelopen jaren binnen onze hervormd-gereformeerde beweging gevoerd zijn, hebben laten zien dat er ten opzichte van de SOW kerk verschillende posities worden ingenomen. In 1992 werd in Putten uitgesproken “ wij kunnen niet weg en wij kunnen niet mee “. Hoewel er na 1992 in hervormd-gereformeerde kring breed verzet is gebleven tegen het SOW-proces in zijn huidige vorm, is er aan de ene kant een beweging die zich terugtrekt op het “wij kunnen niet weg”. Anderzijds is er een beweging waarneembaar die zich beroept op het “wij kunnen niet mee“. Zo dreigt het SOW-proces de eenheid onder de gereformeerde belijders in onze kerk te ondermijnen.

2. Onze Hervormde Gemeente staat op gereformeerde grondslag binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. Dat houdt onder meer in dat binnen het gemeenteleven een centrale plaats wordt toegekend aan een schriftuurlijke en appellerende prediking in de beide zondagse erediensten en op de christelijke gedenkdagen. Daarbij geldt de Bijbel als het onfeilbaar Woord van God, gezaghebbend voor leer en leven.
In de beide sacramenten, t.w. de viering van het heilig avondmaal en de bediening van de heilige doop belijdt en ervaart de gemeente de gemeenschap met Christus en met elkaar en de verbondstrouw van God.
De gemeente belijdt het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof, zoals neergelegd in de drie algemene belijdenisgeschriften van de kerk, nl. de Apostolische Geloofsbelijdenis, de geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius. De gemeente wil staan in de traditie van de Reformatie en trouw zijn aan de belijdenis van het voorgeslacht. Zij acht zich dan ook gebonden aan de drie bijzondere belijdenisgeschriften van de kerk, de drie Formulieren van Enigheid, nl. de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels.

De grondslag van onze gemeente kan onder geen beding worden gewijzigd door besluiten van meerdere ambtelijke vergaderingen van de kerk of de overheid.
De kerkenraad en de gemeente hebben deze grondslag en enkele concretiseringen daarvan verwoord en  geven daarmee aan waarop zij de synode aanspreken en waarop zij door haar aangesproken willen en mogen worden.
I. Als kerkenraad en gemeente belijden wij, met Gods hulp acht te geven op en vast te houden aan de zuivere prediking van het Evangelie, de zuivere bediening van de sacramenten, het bestraffen van de zonden, ons in alle dingen te richten naar het onfeilbaar Woord van God, waarbij wij alles wat hiermee in strijd is, verwerpen.
 Als kerk, geboren uit de gereformeerde tak van de Reformatie, aanvaarden wij daarom niet zonder meer de Augsburgse Confessie, noch de Catechismus van Luther. Verder verwerpen wij de Konkordie van Leuenberg en de Barmer Thesen.
II. Als kerkenraad en gemeente belijden wij dat de heilige doop een instelling is van Jezus Christus om ons en onze kinderen Zijn verbond te verzegelen. Daarom behoren de kleine kinderen van de gemeente als erfgenamen van het Rijk Gods gedoopt te wezen.
III. Als kerkenraad en gemeente belijden wij dat het heilig avondmaal een instelling is van Jezus Christus, die Hij alleen heeft ingesteld voor Zijn gelovigen die in het midden van de gemeente belijdenis des geloofs hebben afgelegd. Wij vermanen alle ongelovigen en hen die zich met ergerlijke zonden besmet weten, zich van de tafel des Heeren te onthouden, zolang zij zich niet bekeren. Met Gods hulp zullen wij tegenstaan en weren allen die de heilige sacramenten misbruiken of verachten.
IV. Als kerkenraad en gemeente belijden wij dat tot ambtsdragers van de gemeente – zowel ouderlingen als diakenen – door wettige verkiezing geroepen en bevestigd dienen te worden mannenbroeders, belijdende leden van de kerk en vervuld met de Heilige Geest.
V. Als kerkenraad en gemeente belijden wij dat het huwelijk tussen man en vrouw een instelling van God is en als zodanig heilig gehouden dient te worden. Alternatieve samenlevingsvormen zijn
 
onbijbels en daarom censurabel. Daarom zal de kerkenraad op Bijbelse wijze tucht oefenen over hen die deze instelling van God ontkrachten.
VI. Als kerkenraad en gemeente spreken wij uit dat zodanige mannen als kandidaat tot de heilige dienst toegelaten en bevestigd dienen te worden, die, staande op de hierboven vermelde en verantwoorde grondslag, de kerk wensen te dienen met het Evangelie van Jezus Christus.
 
 Het is ons verlangen, dat geheel de kerk waarlijk belijdende kerk is, levend overeenkomstig Gods Woord en getuigenis, zodat aan haar geestelijk karakter geen afbreuk wordt gedaan door verwereldlijking.
 Staande op deze grondslag wensen wij in de kerk die God in ons vaderland geplant heeft, ons Nederlandse volk te dienen met het heilig Evangelie der genade Gods.

3. Wij kunnen ons voorstellen dat ook andere gemeenten, buiten het ressort van de classis Alblasserdam, dit convenant zouden willen ondertekenen. Daarom wil dit convenant geen initiatief zijn van gemeenten uit de classis Alblasserdam alleen, maar openstaan voor alle gemeenten die zich hierin willen verbinden.